AOW-gat 22-02-2013
Het AOW-gat is de periode zonder AOW uitkering die door de slaafse navolging van de Europese bezuinigingsdrift is ontstaan voor reeds gepensioneerden waarvan de ingeplande AOW leeftijd tijdens het spel is verhoogd.

Er wordt nu gefocust op mensen die een AOW-gat hebben vanwege pensioenovereenkomsten, al dan niet verplichtte vervroegde uittreding enzovoorts. Op zich geheel juist, want ook voor die mensen geldt dat je tijdens het spel de regels niet kunt veranderen.

Er is echter nog een groep. Namelijk de mensen die werken niet als levensdoel of vanwege de verwachte gezondheidstoestand -heel sociaal!- niet hebben gekozen voor een uitkering gedurende de laatste jaren tot hun pensioen, maar na veel rekenen en vooraf reserveren ervoor gekozen hebben om op eigen kracht vervroegd met pensioen te gaan.
Onder de omstandigheden van de laatste jaren hebben die mensen (ook) al moeten inleveren op het gebied van het niet kunnen gebruiken van de opgebouwde VUT, het vervallen van het partner AOW, de verschuiving van de AOW datum naar de verjaardag, de nadelige fiscale straffen die er op het vrijkomen van vroeger loon zijn gekomen enzovoorts, enzovoorts. Die mensen hebben mogelijk ook nog een belangrijk deel van hun eigen overbruggings financiering gestopt in het aflossen van hun huis, dat nu onverkoopbaar is of zoveel minder waard is dat die overbrugging daarmee ook in gevaar komt.

Mensen dus die al hun hele leven geen beroep doen op sociale voorzieningen, maar toch worden gestraft voor hun zelfstandige levenswijze.

(Pensioen-) regels kun je niet wijzigen tijdens het spel. Een mensenleven is te kort om daar adequaat op te kunnen inspelen als er 10 tot 15 jaar voor de pensioendatum op een grove manier in dat systeem wordt ingegrepen. Daarbij komt nog, dat het ingrijpen in die AOW- en pensioenregels absoluut overbodig is. Wat zich nu allemaal afspeelt is absurd. De huidige groep tussen de 55 en 75 is na het midden van de vorige eeuw niet alleen de financier geweest van de toenmalige oudere generatie -en met trots!- maar moet nu opnieuw naar de kassa om de generatie die zichzelf nog moet bewijzen van het begin van deze eeuw uit de wind te houden. Ik gun die generatie ook een toekomst, wentel dat echter niet af op de huidige generatie 65 jarigen, maar zet zelf de schouders eronder.

Een overheid die dergelijk beleid voert, toont niet alleen minachting voor de oudere generatie, maar ook voor de veerkracht van de jonge generatie.


Pensioenrechten 02-03-2011

De private pensioenrechten zijn onder onze voeten weggemaaid.

Nadat Drees zijn collectieve AOW had opgetuigd, zijn ook de private individuele Ouderdomspensioenen met een wettelijke basis gefaciliteerd om het verschil tussen AOW en het private inkomen te verzekeren. In die (zestiger-) jaren wisten beleidsmakers nog wat ze deden. Het Ouderdomspensioen was een echte franchise in het pensioen. Steeg of daalde de AOW, dan daalde of steeg het aanvullende deel van het Ouderdomspensioen.

Politici met visie hadden dat instrument moeten benutten om langzamerhand de overwinsten van de (private- en overheids-) pensioenfondsen te benutten voor het afbouwen van de AOW franchise. (toen ik medio jaren zeventig mij die stelsels eigen moest maken werd dat ook als zodanig onderschreven) Dat had niemand pijn gedaan omdat de premies daardoor niet gestegen waren, het waren immers de overwinsten. Maar nee! het waren geen politici met visie die nadien de scepter zwaaiden! Zij onttrokken de overwinsten uit de overheidsfondsen voor andere "leuke" dingen en hebben daardoor rechtstreeks geld gestolen uit het geoormerkte, private spaargeld. De private fondsen bleven niet achter en gaven werkgevers lagere lasten door de overwinsten aan hen terug te geven. Niet aan de spaarder maar aan de werkgever! En iedereen slikte dat maar (op een enkeling na) Zelfs de vakbonden werkten daar vrolijk aan mee.

Geruisloos én tot overmaat van ramp hebben politiek en bonden begin negentiger jaren afgesproken om de koppeling tussen AOW franchise en Ouderdomspensioen naar beneden toe te bevriezen. Dus wél minder Ouderdomspensioen als de AOW stijgt, maar niet meer Ouderdomspensioen als de AOW daalt. Daarmee was definitief de enige mogelijke oplossing voor het groeiende AOW vraagstuk de nek omgedraaid.

En dat kwaad woekert nu al bijna 20 jaar door. Wie toen door had welke fouten er werden gemaakt en daarop inspeelde, heeft nu zijn zaakjes mogelijk behoorlijk goed voor elkaar.(hoewel de overheid die mensen ook behoorlijk dwarsboomt, omdat de overheid geen onafhankelijke burgers die zelf keuzes kunnen maken accepteert)

Resumerend waren de instrumenten aanwezig om in de periode 1960 tot nu (doorlopend tot 2025) de zaakjes op orde te krijgen en op een eerlijke manier, gebruikmakend van economische groei, de lasten van de -overigens oprecht opgestelde- AOW regeling van een collectieve verzekering om te zetten in een individueel pensioen.

Het is overigens een verkeerd gebruik om nu AOW en Ouderdomspensioen in één adem te noemen. Het zijn twee verschillende stelsels met twee verschillende achtergronden zoals uit het bovenstaande blijkt. Het probleem van “vergrijzing” in het AOW stelsel hebben beleidsmakers bewust voor zich uitgeschoven, met name door de ontkoppeling. Nu spreken over problemen van “vergrijzing” in het pensioenstelsel is zelfs pertinent onjuist. Met een beetje actuariële achtergrond moet men weten dat grofweg –zonder de onttrekking van vermogen onder de rekenrente- de premies en daarmee de Ouderdomspensioenen altijd al gebaseerd zijn op die vergrijzing. Fondsen die ook nog eens voor brede herverzekering hebben gezorgd behoren nu geen centje pijn te hebben. En dat is bij fondsen die goed herverzekerd zijn en overwinsten niet of maar beperkt hebben “verkwanselt” ook zo.

Het grote gegraai en risicovol beleid, dat nu banken wordt verweten was historisch gezien al aanwezig bij achtereenvolgende regeringen.
Goed (?) voorbeeld doet goed volgen zullen we maar zeggen.....